Openbare bijeenkomst met ATIA over de Rijkswet HOFA en de Landsverordening HOFA
ORANJESTAD – Minister van Financiën, Economische Zaken en Primaire Sector, Geoffrey Wever, heeft een reeks openbare bijeenkomsten georganiseerd om het begrip en de dialoog rond de Rijkswet HOFA (Rijkswet houdbare overheidsfinanciën Aruba) en de Landsverordening HOFA (LHOFA) binnen de Arubaanse gemeenschap te versterken.
Tijdens deze bijeenkomsten nemen diverse vakbonden en maatschappelijke organisaties deel.
In dat kader vond op 25 mei een bijeenkomst plaats met ATIA (Aruba Trade & Industry Association). ATIA is een belangrijke werkgeversorganisatie die de particuliere sector vertegenwoordigt en een essentiële rol speelt binnen de Arubaanse samenleving. Sinds 1945 vertegenwoordigt ATIA de handelssector en telt de organisatie ongeveer 150 leden, die gezamenlijk meer dan 5.500 werknemers vertegenwoordigen. De stem van ATIA is van grote waarde voor het huidige ondernemingsklimaat, de werkgelegenheid en de toekomstige ontwikkeling van Aruba.
Het doel van de openbare bijeenkomsten is om correcte en uitgebreide informatie over beide wetten te verstrekken, ruimte te bieden voor vragen en dialoog, en de gemeenschap in staat te stellen een weloverwogen mening te vormen op basis van volledige en feitelijke informatie.
Tijdens de presentatie lichtte minister Wever toe dat Aruba reeds onder financieel toezicht op Koninkrijksniveau staat op basis van de Landsverordening Aruba tijdelijk financieel toezicht (LAft), die sinds 2015 de wettelijke basis vormt voor het huidige toezicht. Het wetsvoorstel HOFA introduceert financieel toezicht dus niet voor het eerst, maar stelt een nieuwe structuur voor met nadruk op duurzame overheidsfinanciën en een flexibeler wettelijk kader voor het bestaande toezicht.
Een van de belangrijkste onderwerpen die tijdens de bijeenkomst aan bod kwam, was het advies van de Raad van Advies over artikel 38 van de Rijkswet HOFA. Volgens de Raad zou dit artikel mogelijk strijdig zijn met de Status Aparte van Aruba. Daarnaast werd ingegaan op de zogenoemde "exitclausule" van de Rijkswet HOFA. In tegenstelling tot eerdere regelgeving bevat de Rijkswet HOFA in artikel 42 een expliciet mechanisme waarmee het financieel toezicht kan worden beëindigd zodra Aruba gedurende een bepaalde periode voldoet aan de overeengekomen financiële en institutionele voorwaarden. Met betrekking tot het advies van de Raad van Advies wordt momenteel uitgekeken naar het advies van de Raad van State over de Rijkswet HOFA, zodat de volgende stappen kunnen worden voorbereid.
Minister Wever benadrukte dat dit een belangrijk onderdeel is om de wet in haar geheel te begrijpen.
"Het publieke debat richt zich vaak op afzonderlijke onderdelen van het voorstel. De wet bevat echter ook een concreet mechanisme om het toezicht te beëindigen zodra Aruba de overeengekomen doelstellingen heeft bereikt. Dat is een belangrijk element in de balans tussen financiële verantwoordelijkheid en institutionele autonomie," aldus minister Wever.
Daarnaast werd toegelicht dat het nieuwe wettelijke kader uitgaat van het principe dat Aruba zelf verantwoordelijk is voor het beheer van de overheidsfinanciën. Het doel van de wet is om de overheidsfinanciën te versterken en te beschermen, een stevigere basis te creëren voor economische groei, investeringen en financiële stabiliteit, en tegelijkertijd de financieringskosten van Aruba te verlagen.
Tijdens de bijeenkomst werd eveneens besproken hoe de financiële normen binnen de Rijkswet HOFA gericht zijn op de houdbaarheid van de staatsschuld, begrotingsdiscipline en financiële stabiliteit op lange termijn. Deze normen zijn vastgelegd in de artikelen 3, 4 en 5 van de Rijkswet HOFA en hebben onder meer betrekking op schuldnormen, het primaire saldo, het convergentieproces en normen voor financieel beheer. Het uiteindelijke doel is het versterken van de financiële positie van Aruba en het creëren van meer ruimte voor investeringen die direct ten goede komen aan de gemeenschap.
Minister Wever gaf aan dat de Rijkswet HOFA ook directe financiële voordelen voor Aruba kan opleveren. Op de COVID-lening die Aruba bij Nederland heeft afgesloten, betaalt Aruba momenteel 6,9% rente. Onder de voorgestelde regeling zou dit percentage kunnen dalen naar ongeveer 3,5%, wat neerkomt op een rentebesparing van circa Afl. 128 miljoen. Op de leningen die Aruba op de internationale kapitaalmarkt heeft uitstaan, betaalt het land momenteel ongeveer 6,5% rente. Nederland heeft aangegeven bereid te zijn deze leningen te herfinancieren tegen een rente van ongeveer 3,5%, wat een aanvullende besparing van circa Afl. 238,5 miljoen zou opleveren.
Minister Wever bedankte ATIA en haar leden voor de open, constructieve en productieve dialoog
