Boek 'Niets laat ik ongeprobeerd' van Olga van der Klooster

ORANJESTAD - De Nationale Bibliotheek Aruba heeft het boek van Olga van der Klooster, getiteld 'Niets laat ik ongeprobeerd, De Caribische erfgoedcollecties van Anton van Koolwijk: dienaar van God, wetenschap en de Nederlandse Staat', in haar Nationale Collectie opgenomen. 

Olga van der Klooster overhandigde haar nieuwste publicatie aan de directeur mw. Britten en mw. Zetsia Ponson, hoofd van de afdeling Arubiana.

Samenvatting boek:

De zogeheten 'Van Koolwijkcollectie' behoort tot de meest gevarieerde verzamelingen van het culturele erfgoed van Aruba, Bonaire en Curaçao. Vanuit Nederland ontstond in de 19de eeuw een toenemende wetenschappelijke belangstelling in de inheemse cultuur van de Benedenwindse Eilanden. Anton van Koolwijk, tussen 1871-1886 als pastoor werkzaam op de drie eilanden, zag voor zichzelf een belangrijke taak weggelegd. Voor de Nederlandse rijksmusea, kweektuinen en de Internationale Koloniale en Uitvoerhandel Tentoonstelling in Amsterdam (1883) legde hij allerhande verzamelingen aan, zoals schelpen, planten, houtsoorten, zee sponzen, archeologische en etnografische zaken. Alle spullen werden zorgvuldig ingepakt en voor wetenschappelijk onderzoek naar de desbetreffende instellingen in Nederland overgezonden. 

In tegenstelling tot Bonaire en Curaçao, waar hij geen als inheemse groep herkenbare mensen meer ontmoet, komt hij op Aruba nog wel een traditionele samenleving tegen, al staat die op het punt van verdwijnen. Oudere mensen vertellen hem indiaanse begrafenissen te hebben meegemaakt. Ze hebben oom Kaussie nog gekend, de laatste indiaanse visser van Tanki Flip en ook Nicolaas Pijclaes, de vermeende laatste indiaan van Savaneta. Van Koolwijk haast zich om hun verhalen op te tekenen, hun oude taal te bestuderen en hun kennis van medicinale planten vast te leggen. Hij verzamelt ook hun alledaagse gebruiksvoorwerpen, zoals kleren, schoenen, manden, hoeden, muziekinstrumenten, keukengerei en zelfs een potje met cactusnaalden voor het afspelden van kleding. En ook in tegenstelling tot Bonaire en Curaçao, waar hij alleen nog maar losse scherven vindt, geeft de Arubaanse bodem oude indiaanse grafurnen, waterkruiken en potten aan hem prijs.

Wat in de wandelgangen de 'Van Koolwijkcollectie' is gaan heten, is feitelijk een collectie die door een netwerk van mensen bij elkaar is gebracht. Zo krijgt Van Koolwijk op Aruba de hulp van gidsen, pastoor Hendrik de Vries, de district meesters Hein Maduro en Johannes Kort, de eigenaar van Hofie Fontein, kleermaker Frederik Olivet, schoolmeester Hermanus Kuiperi en van tientallen veldwerkers die anoniem zijn gebleven. De verzamelingen worden ook nu beheerd door een aantal Nederlandse musea. De archeologische en etnografische voorwerpen zijn te vinden in de depots en de vaste tentoonstellingen van het Wereldmuseum in Amsterdam en in Leiden. Een klein aantal is sinds 2009 in bruikleen bij het Nationaal Archeologisch Museum Aruba (NAMA). De voorwerpen zijn uniek en vertegenwoordigen een hoge museale waarde. Voor de ABC-eilanden is dit culturele erfgoed ook nog eens verbonden met hun materiële en immateriële geschiedenis en identiteit. 

Olga van der Klooster heeft twaalf jaar onderzoek verricht. Zij is architectuur- en cultuurhistoricus en medeauteur van de eerder verschenen publicaties 'Bouwen op de Wind, Architectuur en Cultuur van Aruba' en 'Monumentengids Aruba'.