Ministeriële Beschikking voor afwijking (art. 16, 1e lid) voor de juridische en wetgevingstechnische ondersteuning ten behoeve van de voortzetting en afronding van het wetgevingsproject pandemische paraatheid voor Aruba, Curaçao en Sint Maarten
Updated on:
MB 943-26 DE MINISTER VAN TRANSPORT, INTEGRITEIT, NATUUR EN OUDERENZAKEN, BELAST MET VOLKSGEZONDHEID, SOCIALE ZAKEN, OUDERENZORG EN VERSLAVINGSZORG - 2026 - 11

MINISTERIËLE BESCHIKKING
VAN
DE MINISTER VAN TRANSPORT, INTEGRITEIT, NATUUR EN OUDERENZAKEN, belast met Volksgezondheid, Sociale Zaken, Ouderenzorg en Verslavingszorg handelende in overeenstemming met de minister van Financiën en Cultuur, belast met het ministerie van Financiën, Economische Zaken en Primaire Sector
Gelezen:
- de beschikking van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties van 29 april 2026, kenmerk 2026-0000163822;
- het besluit van de ministerraad van 19 juni 2026, agendapunt BE-44-26;
- de projectstukken betreffende de uitvoering van fase I en fase 2 van het wetgevingsproject pandemische paraatheid en het verzoek van het ministerie van Volksgezondheid, Sociale Zaken, Ouderenzorg en Verslavingszorg tot voortzetting van de opdracht;
- de offerte van mevrouw J.C.D., LLM, van 22 mei 2026;
Overwegende:
- dat Aruba als voorzitter van de vierlanden-stuurgroep pandemische paraatheid optreedt als aanspreekpunt voor de subsidie en de administratieve afhandeling daarvan;
- dat het wetgevingsproject pandemische paraatheid betrekking heeft op de voorbereiding, afstemming en afronding van wetgeving op het terrein van publieke gezondheid, infectieziektebestrijding en pandemische paraatheid voor Aruba, Curaçao en Sint Maarten;
- dat fase I en een deel van fase 2 van het project reeds zijn uitgevoerd, maar de eerdere financiering ontoereikend was om het project volledig afte ronden;
- dat voortzetting van het project noodzakelijk is voor de afronding van de conceptwetgeving, memories van toelichting, adviezen en overige juridische stukken en voor de verdere begeleiding van het besluitvormings- en implementatietraject;
- dat de hiermee gemoeide kosten meer bedragen dan Afl. 25.000 doch minder dan Afl. 200.000, zodat in beginsel een onderhandse aanbesteding is vereist;
- dat mevrouw J.C.D., LLM, gedurende de eerdere projectfasen als wetgevingsjurist bij het project betrokken is geweest en daardoor beschikt over de voor de voortzetting en afronding van het project vereiste specialistische dossierkennis en deskundigheid;
- dat zij daarom redelijkerwijs als enige in aanmerking komt om de opdracht op doelmatige en consistente wijze voort te zetten, zodat met toepassing van artikel 16, eerste lid, onderdeel h, van de Aanbestedingsverordening kan worden afgezien van een onderhandse aanbesteding en de opdracht uit de hand kan worden gegund;
- dat met de opdracht een maximumbedrag van € 46.775,40, inclusief noodzakelijke reis- en verblijfkosten, is gemoeid;
- dat de benodigde middelen beschikbaar zijn gesteld uit de door het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties toegekende subsidie;
Gelet op:
- artikel 16, eerste lid, onderdeel h, van de Aanbestedingsverordening;
HEEFT BESLOTEN:
- Te bepalen dat artikel I l, eerste lid, van de Aanbestedingsverordening buiten toepassing blijft voor de juridische en wetgevingstechnische ondersteuning ten behoeve van de voortzetting en afronding van het wetgevingsproject pandemische paraatheid voor Aruba, Curaçao en Sint Maarten, op grond van artikel 16, eerste lid, onderdeel h, van de Aanbestedingsverordening.
- De opdracht uit de hand te gunnen aan merouw J.C.D. , LLM
- Te bepalen dat de opdracht wordt uitgevoerd overeenkomstig de offerte van 22 mei 2026, met inbegrip van Bijlage II "Overzicht wetgevingsproject pandemische paraatheid ACS (planning, werklast en kosten)'' en de overeenkomst van opdracht.
- Te bepalen dat de opdracht geldt voor de periode van 1 juli 2026 tot en met 31 maart 2027.
- Te bepalen dat met de opdracht een maximumbedrag van € 46.775,40 is gemoeid, inclusief noodzakelijke reis- en verblijfkosten.
- Te bepalen dat de hiermee gemoeide kosten ten laste worden gebracht van kostenplaats 16568001 L02, dan wel de daartoe door de Directie Financiën aangewezen begrotingspost.
- Het betrokken hoofd van dienst te belasten met het aanleggen en bijhouden van het projectdossier overeenkomstig de Aanbestedingsverordening, de Richtlijnen voor het aangaan van overeenkomsten van opdracht en de aan de subsidiebeschikking van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties verbonden voorwaarden.
- Te bepalen dat deze ministeriële beschikking binnen tien dagen na dagtekening wordt bekendgemaakt op de algemene website van het Land.
Oranjestad, 03 juli 2026
de minister van Transport, Integriteit, Natuur en Ouderenzaken, belast met het ministerie van
Volksgezondheid, Sociale Zaken, Ouderenzorg en Verslavingszorg;
