Schooljaar 2026-2027: Norm van maximaal 24 leerlingen per klas blijft gehandhaafd

ORANJESTAD – Het Ministerie van Koninkrijksrelaties, Onderwijs, Jeugd, Innovatie en Sport informeert over de voortzetting van het beleid om de klassengrootte in het voorbereidend onderwijs (kleuterschool), basisonderwijs en voortgezet onderwijs te beperken voor het schooljaar 2026-2027.

Dit beleid, dat officieel is ingevoerd in het schooljaar 2025-2026, heeft als hoofddoel het waarborgen van kwalitatief hoogwaardig onderwijs en het algehele welzijn van zowel leerlingen als leerkrachten. De afgelopen jaren is de werkdruk in het onderwijs continu toegenomen, waardoor de individuele aandacht die elke leerling verdient onder druk kan komen te staan. Om deze uitdaging direct aan te pakken, blijft het ministerie zich inzetten voor kleinere en evenwichtige klassen.

Verwachte voordelen van het beleid

Met de voortzetting van de norm van maximaal 24 leerlingen worden de volgende belangrijke voordelen beoogd:

  • Meer individuele aandacht: Leraren krijgen meer ruimte en tijd om in te spelen op de specifieke behoeften en het ontwikkelingstempo van elke leerling.
  • Hogere arbeidssatisfactie: Een directe vermindering van de werkdruk voor het onderwijspersoneel draagt positief bij aan hun motivatie en vitaliteit.
  • Betere schoolprestaties: Kleinere groepen, met name in de cruciale beginfase van de ontwikkeling, hebben een bewezen positieve invloed op de leerresultaten.

Handhaving van de minimale klassengrootte

Naast het maximum handhaaft het ministerie ook de vastgestelde minimumgrootte: een klas moet in principe minimaal 16 leerlingen tellen. Deze ondergrens is van essentieel belang om een efficiënt gebruik van middelen te garanderen en een gezonde, constructieve en sociale groepsdynamiek tussen de leerlingen te bevorderen. Het doel is dat klassen zich hiermee stabiel tussen de 16 en 24 leerlingen bevinden.

Implementatie, samenwerking en evaluatie

Het ministerie is zich bewust van de logistieke en organisatorische uitdagingen die deze richtlijnen met zich mee kunnen brengen voor de schoolplanning en formatie. Alle schoolbesturen worden daarom opgeroepen om de norm zo nauwkeurig mogelijk toe te passen, uiteraard rekening houdend met de capaciteit van de schoolgebouwen en het beschikbare personeel.

Indien een school door overmacht of uitzonderlijke omstandigheden buiten de vastgestelde marge dreigt te vallen, staat het ministerie volledig open voor een rechtstreekse dialoog om gezamenlijk naar oplossingen te zoeken. Het ministerie herbevestigt zijn commitment om nauw samen te werken met de schoolbesturen, de Directie Onderwijs en de Inspectie van het Onderwijs om zo een gezondere schoolomgeving en een solide onderwijsondersteuning voor de toekomst van Aruba te waarborgen.